Zomer 2018

21 juni 2018 - Emmen, Nederland

Als we onze vakantie beginnen op zondag 20 mei, krijgen we - letterlijk en figuurlijk - al een voorproefje van de vele warme en zonnige dagen die nog zullen volgen. In de loop van de middag vertrekken we uit Delft richting Winterswijk, waar we maandag bij Obelink nog wat noodzakelijke vakantie-inkopen willen doen. De overnachtingsplaats die we daar vlakbij vinden is bij een pannenkoekenhuis, genaamd De Zon. Het is een warme middag en onze eerste vakantiemaaltijd wordt (uiteraard) een pannenkoek op9b het terras van De Zon. Daarna blijft die zon ons de komende weken heerlijk achtervolgen.

Maandag 21 mei gaan we naar Baukje en Joop in Gorssel. Gezellig bijpraten en ook (net als vorig jaar) om Joop met zijn verjaardag te feliciteren.

Daarna reizen we dinsdag 22 mei verder naar Duitsland. Het is onze bedoeling een camperroute te volgen die door de NKC is uitgezet, waarbij we Hanzesteden bezoeken en bij de Oostzee uitkomen. Deze reis begint bij Hameln, waar we vandaag zijn aangekomen op een mooie rustige camping.

We besluiten nog even te wachten met het volgen van de rattensporen en blijven woensdag heerlijk genieten van het warme weer en de rust. Het enige wat die rust "verstoort" is het onafgebroken gezang van ontelbare vogels. Rustgevender kan het bijna niet zijn. Het mooie droge en warme weer geeft Cor ook de gelegenheid nog een klusje aan (en op) het dak van de camper te doen.

Donderdag 24 mei gaan we per fiets naar Hameln. De tegenwind en de afstand van toch nog ruim 15 kilometer vallen een beetje tegen, zeker als het later ook nog begint te regenen. Hameln is een lieflijk stadje en heeft, behalve veel mooie vakwerkhuizen en de nodige verwijzingen naar de rattenvanger, ook leuke restaurantjes. In een sprookjesachtig pannenkoekenhuis komen we, met lekkere koffie en iets te eten, weer wat op adem, waarna we de stad verder bekijken.

De regen van donderdag is gelukkig niet het einde van de warme periode; de volgende dag is het weer heerlijk zonnig. De reis gaat verder richting Bremen, met onderweg nog twee bezienswaardigheden die we volgens onze reisgids beslist niet mogen missen.

De eerste is kasteel Hämelschenburg, wat er inderdaad heel mooi uitziet aan de buitenkant. Verder dan die buitenkant komen we ook niet, want het kasteel is alleen te bezichtigen met een rondleiding. Omdat de eerstvolgende rondleiding pas over anderhalf uur is, wachten we daar niet op en gaan we door naar de volgende bezienswaardigheid en wel Schloss Bückeburg. Ook dit slot kan alleen bezocht worden met een rondleiding, maar hier hebben we geluk; deze begint binnen vijf minuten. De historie van dit slot, wat nog steeds in gebruik is en bewoond wordt door vorst Alexander Schaumberg-Lippe en zijn familie, gaat terug tot 1290.

We overnachten op een camperplaats in Syke. Deze gratis cp ligt op het parkeerterrein van een zwembad en wordt onder andere aangeprezen vanwege de goede pizzeria die daar is en dat klopt. We worden door de eigenaar van deze pizzeria op zijn geïmproviseerde terras voor het zwembad in de watten gelegd met een heerlijke pizza, lekkere wijn en een heerlijk ijsdessert. Daarna is het heerlijk slapen op deze rustige plek.

Zaterdag 26 mei komen we tegen 12 uur aan in Bremen, waar we op cp Kuhhirten een plek in de schaduw vinden. Da’s wel prettig, want het is nog steeds iedere dag erg warm, zo rond de 25 graden en vaak nog warmer. Met het pontje achter de cp steken we de Weser over en staan zo midden in het centrum van Bremen, waar veel te zien en te doen is. Veel oude en mooie gebouwen, terrasjes en bijzondere straatjes en natuurlijk het standbeeld van de Bremer stadsmuzikanten, die door het sprookje van de gebroeders Grimm aan Bremen verbonden zijn. Veel bekijken in deze warmte maakt dorstig en we sluiten deze zaterdag af met een koel drankje op een terras op de boulevard. Ook hier raken we overigens niet uitgekeken, want de meest vreemd uitgedoste figuren komen hier voorbij geflaneerd. Een levendige stad die de moeite waard is om nog eens terug te komen.

Een stukje geschiedenis: in 787 heeft Karel de Grote in Bremen een bisdom gesticht en werd de stad een steunpunt voor de kerstening van Noord-Europa. In 1260 trad de stad voor het eerst toe tot de Hanze, maar conflicten met de andere hanzesteden leidden er tot drie keer toe dat Bremen uit het verbond werd gezet. Tijdens de tweede wereldoorlog werd Bremen tijdens bombardementen voor meer dan de helft verwoest.

We rijden zondag verder naar de volgende hanzestad Stade, een middeleeuwse stad die bij een brand in 1659 totaal verwoest werd. Daarna is de binnenstad herbouwd met woon- en pakhuizen rondom de haven, waar in het verleden kapiteins van de grote vaart en kooplieden woonden.
Onze cp Am Schiffertor ligt tegen deze oude binnenstad aan: de fietsen kunnen dus ingepakt blijven en we gaan lopend het dorp in. Het haventje is sfeervol en de restaurants uitnodigend, dus – met zicht op de hanzehistorie – eten we wat op een terras aan de oude haven, terwijl we ons even terug in de tijd wanen.

De volgende grote hanzestad op de lijst is Lübeck. We rijden daar naartoe door het Altes Land, een uiterwaardengebied van de Elbe met talloze boomgaarden van voornamelijk appel- en kersenbomen. Onderweg maken we een fotostop in Buxtehude. Behalve de mooie vakwerkhuizen, het Rathaus uit 1911 en een gotische basiliek, kun je ook hier weer niet om een sprookje heen wat een stempel op de stad heeft gedrukt, te weten “Der Hase und der Igel”. Je komt die beesten dan ook overal in de stad tegen.

In Lübeck treffen we weer een mooie camperplek. We staan geparkeerd aan het water van de Trave met voor ons een paar mooie oude tweemasters en achter ons de vele torens van de oude binnenstad. Dinsdagochtend 29 mei fietsen we die oude binnenstad in, waar natuurlijk weer veel te zien is: torens, gotische gebouwen en gelukkig ook weer veel kerken, want omdat het nog steeds erg warm en zonnig is, zijn al die koele kerken heel fijn om te bezoeken.

Lübeck stond in de 13e en 14e eeuw aan het hoofd van de machtige Hanze. Je komt de stad binnen door de beroemde Holstentor, het symbool van de stad wat je ook terugvindt op de Lübecker Marzipan. Deze poort stond vroeger overigens ook op de bankbriefjes van DEM 50. Over marsepein gesproken: we kunnen er natuurlijk niet omheen om bij de Niederegger patisserie - wat de bakermat is van die zoete lekkernij - een heerlijk taartje met marsepein bij de koffie te nemen. Tja…….

De reis gaat verder naar Schwerin, de hoofdstad van de staat Meckelenburg-Vorpommern. Deze stad is prachtig gelegen, omringd door meren met op een eilandje het Schweriner Schloss als zetel van het parlement van Meckelenburg-Vorpommern. In 1876 werd in dit slot Hendrik van Meckelenburg geboren, die later met koningin Wilhelmina getrouwd is.
Natuurlijk treffen wij het ook dit keer weer met onze camperplek, die is namelijk recht tegenover het slot, aan de overkant van de vijver. Van hieruit maken we een mooie fietstocht en bezichtigen het slot.

We zien een paar van de 450 vertrekken die het kasteel rijk is en die allemaal rijkversierd zijn. Aardig detail is dat veel van deze rijke versieringen niet echt zijn, omdat het op een gegeven moment onbetaalbaar was om dit allemaal van kostbaar hout en marmer te maken. Er werd daarom een bepaald soort papier-maché ontwikkeld, waarvan de kunstwerken gemaakt werden. Niet van echt te onderscheiden, maar stukken goedkoper dus.

We waren aanvankelijk van plan wat langer in Schwerin te blijven, maar de hitte verjaagt ons en woensdag 30 mei gaan we weer verder. Dichtbij het water is de warmte beter te verdragen en dus gaan we naar een eiland. Eigenlijk is eilandje een beter woord, want het eiland Poel is niet groter dan zo’n 28 km2. We treffen het; alweer aan een haventje, bij een restaurant annex forellenrokerij die ook 15 camperplaatsen heeft, kunnen we het laatste plekje in gebruik nemen. Dat vieren we met een groot glas koud Duits bier in de schaduw op het terras.

Donderdag verkennen we per fiets het eiland, wat erg de moeite waard is. Lieflijke kleine dorpjes, uitgestrekte velden, kreken, hoge rotsen, strand en zee, een oude vuurtoren en een jachthaventje. Het is haast niet te geloven dat die variatie allemaal past op de oppervlakte van vier bij zeven kilometer en toch is het zo.
Als we langs een strandje komen - en omdat we deze vakantie nog geen strand bezocht  hebben - pakken we nu die kans en spreiden onze handdoek uit op het zand om een uurtje te zonnen. Dan moet, voordat we weer verder gaan, dat zand worden afgespoeld. Toch maar de zee in dan……. en tot de ontdekking komen dat het water helemaal niet koud is, maar aangenaam (bijna) warm. Dat is een aangename kennismaking met het water van de Oostzee.

We vervolgen onze reis en bezoeken in Bad Doberan de Doberaner Münster, een gigantische abdijkerk uit 1186 die als een van de mooiste van Duitsland wordt beschouwd.

Daarna door naar Stralund, waar we het bij Wohnmobilstellplatz Stralund treffen met een mooie overnachtingsplek. Een groot grasveld voor onze deur, broodjes voor het ontbijt, heel mooi sanitair en gratis wifi, allemaal voor het luttele bedrag van € 15. Vanuit deze plek gaan we zaterdag 2 juni op de fiets naar de haven van Stralsund. De mooie oude gebouwen daar worden bedolven onder feestgedruis, vanwege de havendagen die er dit weekend zijn. Mede door het mooie weer is het er gezellig (en) druk. Om die drukte wat achter ons te laten en ook om wat verkoeling te krijgen, gaan we aan boord van een salonboot, die ons ruim twee uur over de Oostzee vaart. Zeelucht maakt hongerig, dus weer terug aan land kunnen we er niet omheen om wat te eten en dat doen we in het oude centrum op de Alte Markt.

We reizen verder naar het eiland Rügen. Omdat het nog steeds iedere dag zonnig en warm is, zijn we blij een schaduwplek op WoMo Oase in Prora te vinden. Van hieruit gaat het per fiets naar Binz, een mooie badplaats die 19e eeuws aandoet door de mooie vakantiehuizen met geschilderde houten gevels. Ook de gezellige wandelboulevard en het prachtige zandstrand met de typische strandstoelen geven een nostalgisch gevoel.

Maandag 4 juni is het iets minder zonnig, tijd dus voor een uitstapje. We gaan met de bus naar Binz, waar we een dagkaart kopen voor de Rasender Roland. Dat is een stoomtrein die al meer dan 120 jaar lang over dit historisch smalspoor rijdt met een snelheid van maximaal 30 km per uur. Over een traject van 24 km worden verschillende stations aangedaan. Leuk om even ergens een tussenstop te maken en als Roland terug komt boemelen weer op te stappen en verder te gaan.

Rügen is vooral bekend om zijn krijtrotsen en de Königsstuhl. Die gaan we bekijken vanaf het water. Maar voordat we dat doen, gaan we eerst naar het Dokumentatiecentrum in Prora om de tentoonstelling MACHT Urlaub te bekijken (vier vakantie/macht vakantie). Het 4,5 km lange gebouw van het KdF-strandbad werd van 1936 tot 1939 gebouwd en grotendeels opgeleverd; 20.000 mensen zouden hier vakantie kunnen vieren. Het eerste deel van de tentoonstelling legt de bouwgeschiedenis en de exploitatie van het complex vast. Het tweede deel legt een verband tussen de geschiedenis van het complex en de nationaalsocialistische arbeids- en sociale geschiedenis.
Een aangrijpende tentoonstelling die veel indruk maakt en nog heel lang de gedachten blijft bezighouden.

Foto’s

Jouw reactie